We zien door de bollen, eh, bomen het bos niet meer

Een uitje geeft ieder gerecht net dat beetje extra. Niet verrassend dus, dat de meeste gerechten beginnen met een basis van ui en knoflook. En zeg nou zelf, wie houdt er nou niet van de geur van gebakken ui? Ja je hele huis ruikt ernaar, maar oh wat krijgen wij er honger van. Toch krijgen we steeds vaker de vraag welke ui waar nou eigenlijk goed voor is. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen witte ui en gele ui? Vooral beginnende koks hebben geen idee welke ui ze het beste waarvoor kunnen gebruiken. Wij leggen het uit!

Welke kies je?

Gele ui

De normale, doorsnee ui die wij in Nederland kennen is veelal de gele ui. Deze ui zit in een geelbruin jasje en is vanbinnen wit. Deze ui is vrij scherp, maar tegelijkertijd ook zoetig. Wist je trouwens dat deze ui in veel landen nooit rauw wordt gegeten? Daar vinden ze hem veel te scherp! En dat terwijl wij Hollanders overal een gesnipperd uitje overheen strooien: de haring, frikandel speciaal, patatje oorlog… Oja, wat hebben deze dingen gemeen? Ze zijn op en top Nederlands! Ja, onze gele ui is vrij scherp als je hem rauw eet, maar eenmaal gebakken komt de zoete smaak meer naar voren. Het is eigenlijk een all-round topper: bij vlees, groente, sauzen, soepen en stoofpotjes past deze ui uitstekend.

Witte ui

De witte ui kennen we hier minder. Het verschil met de gele ui is dat de schil wit is en ze zijn vaak iets groter. Vooral in de Mexicaanse keuken wordt deze ui vaak gebruikt, omdat hij een lekkere pittige smaak heeft en tegelijkertijd ook zoetig van smaak is. De witte ui bevat veel water en is daarom ook erg knapperig: bij uitstek geschikt voor salsa’s en chutneys. Ook is deze ui rauw prima te eten door bijvoorbeeld een salade.

Verder lezen over de rode ui en sjalot? Ga dan naar pagina 2 van dit artikel.

Pagina 1/2